Een interview met de monitorgroep

Over een paar maanden zitten ze als onderhandelaars aan de onderhandelingstafel. Maar eerst schuiven de vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties aan bij het co-creatietraject als leden van de ‘monitorgroep’.

De groep bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers (VNG) en de vakbonden FNV, CNV en CMHF. In de vorige cao-onderhandelingen is het idee voor een co-creatietraject ontstaan. Wat was de aanleiding om dit co-creatietraject op te starten? Wat zijn de eerste ervaringen? En op welk eindresultaat hopen ze? De monitorgroep vertelt.

‘Er was een aantal onderwerpen waar we een studie naar wilden verrichten’, steekt Bert de Haas (FNV) van wal. De Haas: ‘Normaal gesproken bestudeerden we in interne werkgroepen deze onderwerpen. Maar het leek ons goed om er op een andere manier mee om te gaan, door het werkveld te betrekken. Zo kun je kennis en ervaring uit de praktijk benutten om tot goede ideeën te komen. Co-creatie is daar heel geschikt voor.’ ‘Daarnaast helpt co-creatie ook in het creëren van meer draagvlak’, vult Sietske Pijpstra (VNG) aan. Pijpstra: ‘Zo willen we voorkomen dat de cao straks een ‘duveltje uit een doosje’ wordt.’ Juan Schot (CNV) vat het vervolgens mooi samen: ‘Met co-creatie zijn we niet alleen bezig met het moderniseren van de cao, maar ook met het moderniseren van het overleg.’

De cao versus de praktijk
Dat het betrekken van het werkveld zo van belang is voor een goede cao, illustreert De Haas (FNV) met een voorbeeld: ‘Neem de loopbaankansen die we willen vergroten voor werknemers. Als cao-partijen spreken we af dat mensen in algemene dienstrollen komen. Mooie regel, maar daarmee heb je nog niet gerealiseerd dat je die loopbaankansen daadwerkelijk vergroot. Dat gaat ook over strategische personeelsplanning en de verhouding tussen de leidinggevende en medewerker. Dat soort processen spelen zich in de organisatie zelf af en daar zitten wij als cao-partijen niet bij. Daarom is het goed dat we nu mensen uit de praktijk betrekken die dat soort processen wel meemaken. Die je kunnen vertellen waar ze tegenaan lopen. Daar leren wij als cao-partijen van en het levert ons goede input op voor de nieuwe cao.’

Wennen aan de nieuwe rollen
Inmiddels is de kick-off achter de rug en hebben alle themagroepen een start gemaakt. Hoe hebben de leden van de monitorgroep dit begin ervaren? Ellen Clason (CMHF): ‘Wat ik erg bijzonder vond is dat je ziet hoe divers zaken bij gemeenten werken en hoe mensen daar tegenaan kijken. Edwin IJspelder (VNG): ‘Het is niet meer van het Haagse. De leden zijn nu zelf aan zet. In zekere zin ervaren ze daardoor ook wat wij normaal gesproken doen. Er is een vraagstuk en daar moet een oplossing voor komen. Het is leuk om te zien hoe zij daarmee omgaan. ‘Aan die nieuwe rol moeten de leden nog wel erg wennen’, vult Nicolette Piekaar (VNG) aan: ‘Je merkt bijvoorbeeld dat ze dingen aan ons vragen die ze zelf met elkaar moeten bespreken of bepalen.’ Maar ook voor de monitorleden geldt dat ze zoekende zijn in hun nieuwe rol. Schot (CNV): ‘Leden van de werkgroep hebben de vrijheid om het over allerlei zaken te hebben en daarin wil je ze niet te veel sturen. Aan de andere kant wil je ook voorkomen dat ze met iets komen dat gelijk wordt afgeschoten. Je wilt ze helpen, maar dat is ook lastig.’ Aan enthousiasme is in elk geval geen gebrek. Schot (CNV): ‘Je merkt dat het leeft bij iedereen. Dat mensen enthousiast zijn en dat is heel leuk.’

Het eindresultaat
In december presenteren de themagroepen hun eindadvies aan de monitorgroep. Waar hoopt de groep op? Pijpstra (VNG): ‘Ik hoop op een advies waarmee we verder kunnen. Een advies dat richting geeft aan het maken van nieuwe cao-afspraken, zodat we het proces kunnen versnellen. Schot (CNV): ‘Het mooiste zou een eenduidig advies zijn, waar we met zijn allen achter staan. Maar ook als we een advies krijgen waarin de leden aangeven waar ze het wel en niet mee eens zijn, is dat waardevol. Het is goed dat we dat dan geïnventariseerd hebben.’ Naast een mooi eindadvies hoopt de groep ook op een mooi proces. Piekaar (VNG): ‘Een proces waarbij iedereen met hetzelfde enthousiasme blijft komen. En waarbij de leden hun achterban actief betrekken. Zodat het een discussie wordt met een veel bredere kring van mensen en het enthousiasme aanstekelijk gaat werken. Dat je mensen hoort zeggen: “Dit is zo bijzonder en mooi, hier moet ik bij zijn.” ‘